Hoe teken je een appel?
mijntekenmaatje.nlTeken de oranje lijnen na. Wat grijs is, heb je al getekend.
1. Teken heel licht een grote cirkel, een beetje breder dan hoog, met een schuin lijntje erdoor als middenas. Teken ook licht de lijn van de tafel. Deze hulplijnen gum je straks uit.
2. Teken over de cirkel de echte omtrek. Bovenaan heeft de appel twee ronde schouders met een kuiltje ertussen. Naar onderen wordt hij smaller en de onderkant is een beetje plat.
3. Teken onder het kuiltje een boogje: de voorrand van het kuiltje. Teken daarin het steeltje met twee lijnen. Het buigt een beetje naar rechts en wordt naar boven iets dunner.
4. Teken links aan het steeltje een blad met een punt. Teken in het midden de nerf en daarna dunne adertjes die schuin naar de punt wijzen.
5. Teken heel licht waar straks de schaduw komt: een boog van rechtsboven naar linksonder (de grens van de schaduw), de vorm van de slagschaduw op de tafel en een ovaaltje voor het glimlicht. Teken daarna een paar korte, dunne streepjes die vanaf de rand van het kuiltje uitwaaieren, net als stralen.
6. Het licht komt van linksboven. Arceer de hele appel heel zacht, maar laat het glimlicht wit. Arceer daarna de rechterkant en de onderkant nog een keer, in de richting van de ronding: de halfschaduw. Arceer ook het kuiltje, de rechterkant van het steeltje en de onderkant van het blad.
7. Arceer nu de kernschaduw: een donkere sikkel rechts en onderaan. Laat langs de onderrand een smal randje lichter, dat is weerkaatst licht van de tafel. Arceer op de tafel de slagschaduw: het donkerst vlak onder de appel en zachter naar buiten. Klaar!