Hoe teken je een gezicht?
mijntekenmaatje.nlTeken de oranje lijnen na. Wat grijs is, heb je al getekend.
1. Teken heel licht een ei dat op zijn kop staat: de brede kant is boven, de smalle kant is de kin. Trek een lijn van boven naar beneden door het midden. Dit zijn hulplijnen, die gum je straks uit.
2. Teken licht de verhoudingslijnen. De ooglijn ligt precies halverwege het ei. De neuslijn ligt halverwege tussen de ooglijn en de kin. De mondlijn ligt op een derde van de afstand tussen de neuslijn en de kin. Zet vier streepjes op de ooglijn: een hoofd is vijf ogen breed. De haarlijn ligt ongeveer halverwege tussen de kruin en de ooglijn, een klein beetje lager.
3. Teken de ogen op de ooglijn, als amandels tussen de streepjes. Tussen de twee ogen past precies een oog. Teken in elk oog een iris die bovenaan en onderaan een stukje achter de oogleden verdwijnt, een zwarte pupil en linksboven een wit glimlichtje. Daarboven de plooi van het ooglid en een wenkbrauw die bij de neus het dikst is.
4. Teken de neus. De onderkant raakt de neuslijn en de neus is net zo breed als een oog. Trek een dun lijntje voor de linkerkant van de neusrug, aan elke kant een neusvleugel als een haakje, onderaan een zacht boogje voor de punt en twee kleine donkere kommaatjes voor de neusgaten. Teken niet te veel lijnen: de rechterkant van de neus en de onderkant maak je straks met schaduw.
5. Teken de mond op de mondlijn: eerst de lijn tussen de lippen, met de hoeken een beetje omhoog. De mond is zo breed als de afstand tussen de pupillen. Daarboven de bovenlip met een klein golfje in het midden, daaronder dun de onderlip. Teken dan de oren: ze zitten tussen de ooglijn en de neuslijn, met een boogje erin.
6. Teken nu de echte rand van het gezicht: van de slapen langs de wangen naar de kin. Dan het haar: het staat een stukje boven het ei, want haar heeft volume. De haarlijn is geen gladde boog maar een rij plukjes, met een scheiding links van het midden. Teken de scheiding als een dun lijntje en een paar lokken die eruit weglopen. Tot slot de hals, zo breed als de afstand tussen de pupillen, de kraag en de schouders.
7. Gum de hulplijnen uit en arceer de schaduw. Het licht komt van linksboven, dus de rechterkant van het gezicht, de neus en het haar krijgen schaduw. Het donkerst is het onder de kin. Arceer het hele haar zacht in de richting van de lokken, en de rechterhelft nog een keer. Arceer licht in de oogkassen, op de bovenlip en onder de onderlip. Klaar!