Hoe teken je een straat in perspectief?
mijntekenmaatje.nlTeken de oranje lijnen na. Wat grijs is, heb je al getekend.
1. Teken een groot vierkant: de rand van je tekening. Teken heel licht een lijn dwars over het vierkant, net boven het midden: de horizon. Zet in het midden een stip: het verdwijnpunt. Trek vanuit elke hoek een lichte lijn naar die stip. Deze hulplijnen gum je straks uit.
2. Teken de straat. Trek de twee onderste hulplijnen over: daar beginnen de huizen. Teken daartussen twee lijnen van de onderrand naar het verdwijnpunt: de stoeprandjes. Zie je hoe de straat steeds smaller wordt? Alles wat verder weg is, schuift naar het verdwijnpunt.
3. Teken de huizen. Waar een huis ophoudt, teken je een rechte, staande lijn. De daken lopen schuin naar het verdwijnpunt. Het eerste huis links komt tot de hulplijn uit de hoek. Boven een laag huis zie je een stukje zijmuur van het hogere huis erachter: die bovenrand loopt gewoon recht. Huizen ver weg teken je met dunnere lijntjes. Teken onder de daken een dun lijntje voor de daklijst.
4. Trek heel licht lijnen naar het verdwijnpunt voor de boven- en onderkant van de ramen. Teken dan de ramen, deuren en etalages. Hoe verder weg, hoe smaller ze worden. Heel ver weg zijn het nog maar streepjes.
5. Teken tegels op de stoep en streepjes midden op de weg: ze worden steeds kleiner. Teken dan de lantaarnpalen. Lichte lijnen van de top en de voet van de eerste paal naar het verdwijnpunt laten zien hoe groot de volgende palen worden.
6. Het licht komt van linksboven. Arceer de huizen aan de linkerkant: die staan in de schaduw. Arceer ook de schaduw die ze op de stoep en de straat gooien. Kijk: de rand van die schaduw loopt ook naar het verdwijnpunt. Arceer de zijmuren heel zacht.
7. Maak de ramen en deuren donker: links het donkerst, want daar is schaduw. Arceer een smal donker randje onder aan de huizen links en een schaduwrandje onder de daklijsten rechts. Klaar!