Hoe teken je een vlinder?
mijntekenmaatje.nlTeken de oranje lijnen na. Wat grijs is, heb je al getekend.
1. Teken heel licht een lijn door het midden en een dwarslijn ter hoogte van de borst, die gum je straks uit. Teken daarop het lijf: een rond kopje, een ovaal voor de borst en een lang, spits achterlijf.
2. Teken de voorvleugels. Begin bij de borst, ga met een grote boog omhoog naar de punt links, dan met kleine bogen (schulpjes) naar beneden en met een boog terug naar het achterlijf. Teken de rechtervleugel precies in spiegelbeeld.
3. Teken de achtervleugels. Ze beginnen onder de voorvleugel, zijn ronder en lopen met schulpjes langs de buitenrand terug naar het achterlijf.
4. Teken op het kopje twee voelsprieten: dunne, gebogen lijnen met aan het eind een klein knopje. Teken over het achterlijf boogjes voor de segmenten en zet twee kleine oogjes op het kopje.
5. Teken de oogvlekken. Op elke voorvleugel bovenin een grote vlek: een ring met een donkere kern en een licht boogje erin. Op elke achtervleugel bij de buitenrand een kleinere vlek. Laat in elke kern een klein, licht boogje wit: dat is de blauwe glans.
6. Teken de nerven: dunne lijnen die vanuit de borst naar de rand van elke vleugel waaieren, net als de baleinen van een paraplu. Zet langs de voorrand van de voorvleugels drie korte, schuine streepjes.
7. Arceer de schaduw. Dicht bij het lijf zijn de vleugels donker: arceer langs de nerven naar buiten, eerst stevig en dan steeds lichter. Zet een smalle, grijze band langs de buitenranden. Arceer de rechterkant van het achterlijf: het licht komt van linksboven. Klaar!